Dag 2. Forellen?
...
Ja, forellen. Wilde, pure, originele , echte forellen. Brownies.
Daar visten we die week ook op. En daar begónnen we zelfs mee.
Want omdat Marco en ik nog een week te gaan hadden (met dus meer
dan genoeg ruimte voor intensieve snoeksessies) en Tiddo juist
kwám voor de forellen, gingen we die eerste dag dus achter de
brownies aan.
(...
ik moet wel even bekennen dat ik nog niet zolang met forel bezig
ben. Dat wil zeggen: ik doe nog maar sinds kort een beetje aan
vliegvissen. Tiddo is eigenlijk een vliegenman pur sang
(met
een snel groeiende belangstelling voor snoek), en ook Marco zwiept
inmiddels een heel aardig stukje weg. Maar ik...? Ik ben absoluut
waardeloos. Het is natuurlijk ook vragen om problemen: iemand
met weinig geduld laten priegelen met miniscule nimfjes en vliegjes
en vrijwel onzichtbaar dunne leaders en nóg kleinere puntjes.
Veel, heel veel vloeken dus. Maar het begint te komen...)
Tiddo
had vanuit Nederland, via Internet, opgezocht waar we heen moesten.
Er was maar bar weinig te beleven op forellengebied, zeker in
deze tijd van het jaar, maar over één specifiek riviertje werd
redelijk lovend gesproken. Een niet al te groot, joviaal stromende
sliert water die de Ieren de 'Nenagh' noemen. En zo noemen wij
'm dus ook maar. In die Nenagh zit wilde bruine forel. Voor 5
pond mag je er een 'jaar' lang vissen (je bent dan automatisch
lid van de bijbehorende vereniging). Overigens, en dat is
misschien wel handig om te weten, loopt het forellenseizoen in
dit gedeelte van Ierland (Co. Clare) tot 1 oktober.
Goed,
wij waren dus ineens lid. Voor ons officiële papiertje waren we
zondagavond al naar 'TJ's Tackleshop' in Ballina getogen
(vanuit
Killaloe de brug over, tweehonderd meter doorlopen en je ziet
'm vanzelf liggen. De winkel is bijna altijd tot 22.00 uur open).
TJ was nog maar net wakker toen we binnenkwamen (het was dan ook
pas 20.00 uur), en erg fris zag-ie er niet uit. Daarom had hij
nogal wat moeite met praten en uitleggen. Maar de Nenagh was prima.
Gewoon je nimfje het werk laten doen.
Bedankt,
TJ.
De
Nenagh zag er niet uit. Door de meer dan overvloedige regenval
van de laatste tijd was het arme stroompje verworden tot een klodderende,
butsende en kolkende chocoladerivier. Niets mee te beginnen, zeker
niet met een vliegje. We namen wat foto's (want de rivier hád
onder andere omstandigheden best aardig kunnen zijn), schonken
een kop stomende koffie van Ursula in en likten onze wonden. Improviseren.
Terug naar TJ. Want had Ferdinand ons niet verteld over een klein
bergmeertje waar je heel leuke grote aantallen bruine forelletjes
kon vangen? En had TJ dat meertje de avond ervoor niet in de mond
genomen?
TJ
was een stuk frisser. Natuurlijk wist hij waar we heen moesten.
Sterker nog: er bleken ineens twéé alternatieven. Het bewuste
meertje, èn een gecultiveerde sloot met -weliswaar uitgezette
maar toch èchte- bruine forel. We kozen voor de eerste optie.
Het meertje. Een half uurtje rijden vanaf Killaloe. Lough Atorick.
(...
het Ierse 'platteland', alhoewel flink glooiend, is precies wat
je er van verwacht. Groen, ruim, redelijk ruig en heel rustig.
Vooral de wegen die onder kunstig gesnoeid struweel doorlopen
zijn erg leuk. Je rijdt als het ware door een groene tunnel heen.
En als je er uit komt, zie je ineens... roze huizen. En gele.
En pastelgroene!)
We
reden langs pubs en langs huizen en langs pubs. We kamen langs
Scarriff en reden door Ogonnelloe. In de bescheiden heuvels graasden
koeien en schapen. Nieuwsgierige beesten die je net zolang blijven
aanstaren tot je uit het zicht bent (en zelfs dàn weet ik niet
zeker of ze hun blik al weer op het gras gericht hebben...). We
passeerden Feakle en Flagmount. Af en toe kwamen we een auto tegen,
of een tractor met een vriendelijk wuivende boer. En maar héél
weinig klein water: riviertjes, plasjes, vijvertjes. Maar dat
wordt in één keer goed gemaakt door de meren. Lough Derg. Doon
Lough. Bridget Lough. Lough Graney. Lough Atorick...
Ah,
Lough Atorick!
Want
nadat we het laatste kwartier door een soort geupgrade versie
van de Veluwe hadden gereden (alles groener, groter en dieper),
een subtiel stijgend landschap, zagen we onze eindbestemming liggen...

Een
flinke lap idyllisch water, helemaal voor ons alleen. Als kinderen
zo blij en opgewonden stapten we uit om het water in ons op te
nemen. Het was bijna windstil. Een heldere dag. Rimpelloos water.
Met hier en daar wat kringen. Kringen?!
Hup
het water in! Vest en lieslaarzen (Tiddo heeft een waadbroek;
is beter) aan, hengel in orde maken, spinhengeltje mee voor de
zekerheid, nimfje aanbinden, een laatste hap van Ursula's lunch,
halve kop koffie, andere nimf aanbinden en... vissen maar!
Marco
had de eerste. Een goudkleurig, gestippeld, klein wild forelletje.
Een schoonheid. Dat gaf de gewone man hoop. De gewone man zag
dat wel zitten. En dus viste hij met grote vastberadenheid door
(ik zal het maar alvast verklappen: Marnix had één forel, Marco
twéé en Tiddo zat ruim over de twintig. Want als het om vliegvissen
gaat, is Tiddo niet zo'n heel gewone man). De vis was klein
maar echt. Alles werd gevangen op goudkop-nimfjes. Ik zat vaak
in de knoop. Tiddo ving nog wat baarzen. De lunch was uitstekend
(gulle Ierse boterhammen met kipsalade). Maar waarom wilde die
pittoreske schaapsherder maar niet begrijpen dat we alle forellen
hadden teruggegooid?
Het
was een lange dag, ver van de bewoonde wereld. Het kleine biertje
en de wat grotere maaltijd gingen er dan ook dankbaar in. 's Avonds
maakten we kennis met Crotty's, een pub annex eettent schuin tegenover
Kincora House (ons Bead & Breakfest-adres, weet je nog wel?).
We aten er zeer royale spareribs (Tiddo en ik) en een pittige
curry (Marco), aangevuld met knoflookbrood, gefrituurde knoflookchampignons
en erg lekkere gefrituurde brie in een paneerjasje. Bovendien
maakten we kennis met Kilkenny, het mooi roodgouden bier van Guinness.
Met een zachtromig schuim dat je naar meer doet verlangen (gelukkig
hebben die pints een aardig formaat).
Nog
één nachtje slapen. Dan was het tijd voor èchte Ierse snoek...