Dag 1. De aankomst.
Wat
is toch dat rare fenomeen dat 'anticipatie' heet? Het zorgt voor
onredelijke visioenen en onrustige dromen. Boten vol snoek, vervaarlijk
buigende hengels, foto's die ongeloof oproepen. En je weet dat
die hooggespannen verwachtingen, alhoewel kunstmatig getemperd,
erg link zijn...
...
Maar goed, daar stonden we dan. Drie
frisgeschoren jongetjes met blozende wangen. Ierlandgangers. Op
Schiphol. En bij het inchecken kregen we de eerste verrassing
van de trip: overbagage. Een enkel plugje weegt niet veel, maar
stel je in op een intensief visprogramma en je zeult ineens met
allemaal extra kilo's door de vertrekhal. Wij hadden er samen
meer dan 25 (extra kilo's, dus). Daar ging een kilo of 15 af (want
je mag méér meenemen als je gaat vissen of golfen). Bleven er
nog 10 over. Maal fl. 16,-. Totaal: een badkuip Guinness. Maar
ach, het is vakantie.
Ierland,
we komen!
We
moesten overstappen op het vliegveld van Dublin. De vlucht vanuit
Amsterdam was rustig geweest (afgezien van het feit dat we Tiddo
misten toen het vliegtuig begon weg te rijden van de slurf. Hij
had een goedkoop 'ons-kent-ons' -vliegticket en moest wachten
of er een plaats vrij was. Maar meneer bleek al in de kist aanwezig.
In het eerste klas gedeelte. Maar verder geen centje pijn...).
...Marco
en ik gingen rustig aan de Ierse koffie (ik bedoel: het was gewone
koffie, maar we zaten in Ierland... ), terwijl Tiddo, vanwege
dat 'stand by'-ticket, direct om een plekje voor de volgende vlucht
moest gaan bedelen. Dat lukte (zou het komen omdat-ie de luchtvaarttaal
spreekt?). En dus konden we met z'n drieën, een dik half uur later,
in het Fokkertje van Aer Lingus stappen. Op naar Shannon. Op naar
de snoek.
(...
trouwens, even tussendoor, wat is dat toch overal met dat roken?
Of liever: tégen dat roken. Vooral in Nederland valt het me bijzonder
tegen. Tuurlijk, ik weet dat het slecht is en schade aan de gezondheid
kan veroorzaken blablabla, en dat iedereen maar altijd en eeuwig
met ons moet meeroken. Maar waarom worden wij, juist in het tolerante
Nederland, langzaam maar zeker net zulke paria's als de rokers
in Amerika? Is dat nou nodig? Ik ben bang voor de toekomst. Want
wat volgt? Ruimtes voor verkouden mensen? Of, ik noem maar wat,
speciale plekken voor mannen met overmatige transpiratie?
Hoe dan ook, in Ierland sta je dus net zo goed ergens in een soort
verdomhoek razendsnel je peuk leeg te zuigen. Maar dit terzijde...)
Een
kwartier voor de landing in Shannon, zagen we vanuit het vliegtuig
al ontelbare meren, stroompjes en plassen voorbij komen. Allemaal
zwanger van de snoek en de wilde forel (natuurlijk). Glinsterende
stukken water, soepel in toom gehouden door loom golvende heuvels.
Voorpret in optima forma. De piloot deed z'n dingetje, en we stapten
op Ierse bodem. 'Shannon Airport' stond er boven de aankomsthal.
En alhoewel dat logisch was (want daar waren we nu eenmaal), gaf
het ons toch een aangenaam gevoel in de onderbuik. Hebben niet-vissers
dat ook?
De
huurauto. Dat duurde even. Intussen ging ik dollars wisselen voor
Marco, in een wisselautomaat op het vliegveld van Shannon. Tegen
een heel aantrekkelijke koers, trouwens. Tenminste, als je wisselautomaat
bent (tip: regel dat dus ergens anders). Daar moest ik spontaan
even van roken in het rokersgedeelte. Tot de formaliteiten rond
de huurauto rond waren. Dus.
Eenmaal
buiten werden we al snel (zo'n drie sigaretten per persoon later)
opgehaald door een busje van de huurmaatschappij. Koffers erin,
grote hard-plastic hengelkoker erin (de Bazuka, een aanrader!),
en op naar de auto. Marco had stilzwijgend de eer verworven ons
de hele week te chaufferen. Zijn eerste (officiële) keer rijden
aan de linkerkant van de weg. Best pittig, bleek al snel. Want,
zo zij hij zelf, "...dat links rijden is nog niet eens zo
erg. Het is dat àlles in die auto aan de verkeerde kant zit!"
(...
trouwens, nog even over dat roken. Dat zit me toch niet helemaal
lekker. Want welke gemankeerde tekstschrijver heeft
in 's hemelsnaam die zin "Niet rokers leven gezonder"
bedacht? Wat een gelul! Als ik nou elke morgen wakker word in
een kuip whisky, en ik was me -tijdens een ontbijt van frikandellen
- met mayonaise en aceton, maar ik rook niet? Leef ik dan gezonder
dan een roker? Stuur je antwoord -maximaal 45 woorden-
in een gefrankeerde envelop naar: Retorische vragen, Postbus 5432,
5762 DL te Woerden.)
Goed.
Daar reden we dan eindelijk. In Ierland. Op naar Killaloe, het
dorpje aan Lough Derg dat het zenuwcentrum van onze trip zou gaan
worden. Met een zwetende Marco achter het stuur, en Tiddo die
bezwerend "links, links, links..." bleef mompelen. Een
tocht langs gekke roze en gele huizen, onleesbare borden (met
de verklaring er gelukkig direct boven), steeds meer heuvels en
duizenden pubs. En die pub, dat is iets heel aparts (op elke vijf
inwoners moet er minstens één zijn). Het is misschien niet eens
zozeer dat alle Ieren aan de drank zijn. De pub is, net als in
veel Zuidelijke landen, een belangrijk sociaal trefpunt. Op een
vanzelfsprekende manier die wij in Nederland helemaal niet kennen.
Vaak erg druk, en bijna altijd erg gezellig.
Killaloe
kwam in zicht. Zowel het aantal kilometers als de hoeveelheid
miles naar het dorp (je komt ze in volstrekt willekeurige volgorde
op de borden tegen) werd steeds lager. Het begon er langzaam maar
zeker veelbelovend uit te zien, alhoewel we nog maar nauwelijks
water hadden ontmoet. Alleen in Limerick, eigenlijk. Een brede,
woest stromende, bruine stroom water. De overvloedige regen van
de afgelopen periode.
En
pubs. Heel veel pubs.
En
daar lag ineens, aan de linkerkant van de weg (toeval?), onze
collectieve natte droom die werkelijkheid was geworden: Lough
Derg.
Lough
Derg (en even klagen over snoekvernietiging)..
Ierland
kent een aantal, zeg maar, riante meren. Bekend, vooral bij vissers,
zijn bijvoorbeeld Lough Mask en Lough Corrib. Indrukwekkende lappen
historisch water waar een stel Ierse dwazen, uit naam van de overheid,
de snoeken wegvangt. Want snoeken eten forellen op. En forellen
zijn pas èchte vissen. Terwijl de snoek maar een lastpost is.
Een struinende rover, die al dat lekkers voor de wormen
en de netten van de gretige Ier wegeet.
Dus die snoek, die moet weg. En dat is dus heel dom. Want de snoek
is de grote regulator van het zoete water (zelfs de 'stabilisator'),
de leeuw die de zieke, zwakke en dode exemplaren voor zijn rekening
neemt. Dus die hoort gewoon thuis in het systeem. En weghalen
lukt meestal alleen bij grotere snoek. Vissen die er juist voor
zorgen dat de kleinere familieleden zich gedeisd houden. Dus:
grote snoek weg, vrij spel voor de kleinere apparaten. En je zit
ineens met een groot aantal roofvissen dat zich niet meer hoeft
te verschuilen voor de grote soortgenoot (want snoek eet snoek),
dat woest om zich heen gaat vreten (er verdwijnt spontaan meer
forel dan ooit), en dus alle gelegenheid krijgt om steeds groter
te worden. En tijdens dat proces steeds grotere forellen te eten.
Kortom: een puinhoop. Haal het 'probleem' weg, en het wordt uiteindelijk
alleen maar groter.
Maar
ik dwaal af. Ik ging het hebben over Lough Derg. En hoe we daar
van schrokken. Hoe groot het was. Hoe onoverzichtelijk (alhoewel
je de overkant prima kunt zien).
Nogmaals
Lough Derg.
In
Nederland zijn we best een aardig stukje water gewend. Niet direct
van die onoverzichtelijke lappen, maar ook weer niet heel kinderachtig.
Gewoon forse dingen. En dan heb je ineens de Derg-ervaring...
Groot, groter, grootst. Glinsterend in de diepte, omringd door
gezond glooiende heuvels in tientallen soorten groen. Een overweldigende
plas water, met hier en daar een nederig eilandje. Een boot is
een stip met een streep die langzaam vervaagt. Schitterend. Maar
waar moet je hier in godsnaam beginnen met snoeken?!
Killaloe.

Killaloe
is een klein dorp tegenover Ballina, een nog kleiner dorp. Zelf
ben ik niet zo geïnteresseerd in de geschiedenis, dus vertel ik
er ook niks over. In Killaloe ligt het Bed & Breakfast-adres
van onze trip. En dat heet...
Kincora
House.
We
belden aan bij een uitbundig geel huis in een klein, steil aflopend
straatje. Ons adres voor de komende week. Een aardige, uiterst
vriendelijke dame deed open. Ursula. Of we snel binnen wilden
komen. Of we de kamers wilden zien. Of ze ons de schuur voor de
hengels (en eventueel de gevangen vis) moest tonen. Hoe het met
ons ging. Of we er zin in hadden. En hoe we ons voelden. Nou,
we voelden ons prima! Alleen zou er wel een klein snackje ingaan.
Dat liet Ursula zich geen twee keer zeggen. Terwijl Marco de 'supermarkt'
aan de overkant bezocht voor wat chips en een origineel Iers biertje,
serveerde Ursula haar pittige koffie. Mèt een heerlijk stuk appeltaart,
geflankeerd door een royale klots room. We rookten nog wat, schonken
onszelf een aantal koffie's in en bladerden door de Ierland-boeken
die Ursula in de ontvangstruimte/eetkamer had verzameld. En daar
was Ferdinand.
(...
alles loopt zoals het loopt, zo bleek maar weer. Toen Marco en
ik het plan hadden opgevat 'ns een weekje naar Ierland te gaan,
leverde dat meteen de eerste prangende vraag op: waarheen, precies?
Het internet bracht wel het een en ander aan suggesties, maar
de eerste èchte doorbraak kwam tijdens het doorbladeren van een
exemplaar van De Roofvis (prima blad, trouwens). Daarin kwam ik
een advertentie van Ferdinand tegen. Mèt e-mail-adres,
dus ik kon gelijk een setje vragen naar 'm toesturen. Per omgaande
'echte' post ontving ik een keurige mailing met een hoop aardige
informatie. Het was duidelijk dat Ferdinand wist waar-ie het over
had. En dat hadden we nou nèt nodig. Met de informatie die ik
nu had, kon ik wat gerichter gaan zoeken op het Internet. Ik wist
inmiddels in welk gedeelte van Ierland Ferdinand z'n werk deed,
hoe het grote meer heet waar we zouden gaan vissen. En langzaam
maar zeker begon het -voorheen nog vage- plan vorm te krijgen.
We moesten het maar doen...)
Ferdinand.
Terug
in Killaloe. De ontvangstruimte van Kincora House. En daar was
Ferdy. Heel lang, en minstens net zo rustig. Handen schudden en
vervolgens tijd om 'm eens flink uit te horen. Hoe waren de berichten?
Nog spectaculaire vangsten? Wat was de beste methode? Ferdinand
legde het allemaal geduldig uit. En natuurlijk vertelde hij ook
zijn verhaal. Hoe hij hier al als klein jochie met z'n ouders
kwam. Dat hij Lough Derg al beviste sinds 1985. Dat hij zich op
een gegeven moment, samen met z'n vriendin, afvroeg waarom hij
steeds terug ging naar Nederland om te sparen, zodat hij weer
naar Ierland kon. En dat hij zichzelf toen, in 1995, een half
jaar de tijd gaf om te onderzoeken of het economisch haalbaar
was. Leven in Ierland. En dat was het dus. In het begin kwam het
geld nog binnen via een baantje bij de supermarkt, en pas sinds
kort kon hij zich volledig met gidsen en bootverhuur bedruipen.
Ferdinand
vertelde ons verder over het eten, over het drinken en over de
winkels (ook die waar je pluggen en andere azen kon halen). En
toen hij uiteindelijk vertrok zagen we het wel zitten. Dat gold
trouwens ook voor een stevig stuk eten. Deze eerste avond werd
het...
Molly's.
Vanuit
Killaloe de brug over naar Ballina (zo'n tweehonderd meter), dan
loop je vanzelf tegen Molly's aan. Het was zondagavond, dus erg
druk. Marco en ik besloten direct over te gaan tot het ritueel
legen van een pint Guinness. Ook Tiddo moest er aan geloven. Pfoe,
die Guinness viel niet tegen! Een rijk schuim (dat ik in Nederland
nog nooit gezien of geproefd heb) en een zeer zachte smaak. Dus
nog maar een. En veel high fives en glunderende oogjes. We waren
in Ierland!
Na
een prima bord eten, waardeloze koffie, een uitestkend glas Bushmills
ernaast en een telefoontje naar het thuisfront, konden we rozig
terug naar ons pension. Spullen klaarleggen voor de volgende dag.
En instorten.
Morgen
werd forellendag.